
Igor Belanov (vijfde van rechts) poseert met zijn Ballon d'Or bij Oekraïense soldaten
“Voetbal gaf mij mijn leven, nu probeer ik iets terug te geven aan Oekraïne”
Igor Belanov blijft een van de grootste namen uit de geschiedenis van het Oekraïense voetbal. In een uitgebreid gesprek met het Sportimonium blikt Belanov terug op de nasleep van Tsjernobyl, het WK van 1986 in Mexico, het winnen van de Ballon d’Or én zijn huidige missie: overal in Oekraïne hoop brengen.
Belanov vertelt dat zijn dagelijkse leven vandaag volledig in het teken staat van steun aan Oekraïne. Samen met legendes als Oleg Blochin en Andriy Shevchenko reist hij door het land om voetbalprojecten, jeugdtoernooien en ontmoetingen met militairen te organiseren.
“Door de oorlog wil je gewoon iets betekenen voor je land,” zegt Belanov. “Ik bezoek heel veel militairen. Ik neem de Ballon d’Or mee naar hen, zodat ze even kunnen ontspannen en lachen. Als je jongens in loopgraven ziet, begrijp je hoe belangrijk zelfs een klein moment van vreugde kan zijn.”
De voormalige spits organiseert wekelijks nog wedstrijden in Odessa, vaak met oudere spelers. “Er spelen mannen van 77 jaar mee,” lacht hij. “Ze leven helemaal op als ze scoren. Dat is het mooie van voetbal. Het geeft mensen energie en vreugde.”
Tsjernobyl en het WK van 1986
Belanov speelde op 27 april 1986 nog met Dynamo Kiev tegen Spartak Moskou, amper één dag na de explosie in de kerncentrale van Tsjernobyl. Toch wisten de spelers toen nog van niets.
“We ontdekten het pas toen we al in Frankrijk waren (voor de Europacupfinale, nvdr),” vertelt hij. “Op dat moment besef je dat er een enorme tragedie gebeurd is in Oekraïne. Dat gaf ons extra motivatie om te winnen voor ons land.”
Enkele dagen later won Dynamo Kiev de Europacup II-finale tegen Atlético Madrid in Lyon. Daarna vertrok de Sovjetploeg vrijwel meteen naar het WK in Mexico.
“We hadden geen tijd om te rusten,” zegt Belanov. “En in Mexico was het ongelooflijk heet — veertig graden. We liepen constant te pressen, maar uiteindelijk hebben we onze krachten misschien overschat.”
Belanov blijft ervan overtuigd dat de Sovjetploeg sterker was dan België in de legendarische achtste finale die België met 4-3 won.
“België had geluk,” zegt hij. “Wij waren de betere ploeg. Vandaag zou VAR sommige beslissingen anders beoordeeld hebben.” Toch spreekt hij met respect over de Belgische ploeg van toen. “Ze bereikten uiteindelijk de halve finale. Dat was een sterke generatie.”
Bij de dopingcontrole na de wedstrijd praatte Belanov nog na met Jean-Marie Pfaff. Beide voetballers zagen elkaar ook nadien nog. Belanov houdt er warme herinneringen aan over.
Wanneer het gesprek gaat over de professionele omkadering van topvoetbal in de jaren tachtig, moet Belanov lachen. “Vandaag hebben ploegen tientallen specialisten. Wij hadden dat allemaal niet. Geen analisten, geen grote staf. Naast Lobanovski zaten misschien twee mensen.”
Volgens Belanov was Valeri Lobanovski zijn tijd ver vooruit. “Hij was onze analist, onze psycholoog, alles tegelijk. We respecteerden hem enorm. Vandaag zie ik nog zelden trainers van dat niveau.”
“Iedereen in die ploeg verdiende de Ballon d’or”
Belanov won in 1986 ook de Ballon d’Or, die op dat moment enkel nog door spelers uit Europa kon gewonnen worden. De officiële uitreiking vond plaats in het Olympisch Stadion van Kiev, voor bijna honderdduizend supporters.
“Ik wist het al een maand op voorhand,” vertelt hij. “Maar ik heb mezelf nooit groter gemaakt dan de ploeg. Dat team was één geheel.”
Dat Oekraïne met Blochin, Belanov en Shevchenko drie Ballon d’Or-winnaars voortbracht, is volgens hem geen toeval. “Dat kwam door Lobanovski, door discipline, door collectief voetbal. Natuurlijk hadden we talent, maar vooral karakter.”
Werken met veteranen en voetballers met amputaties
Vandaag haalt Belanov vooral energie uit zijn werk met veteranen, kinderen en gewonde soldaten. Hij reist vrijwel voortdurend door Oekraïne en bezoekt ook projecten rond amputatievoetbal.
“Wanneer mensen zeggen dat ik moe moet zijn na een evenement met tweeduizend kinderen, zeg ik net het omgekeerde,” vertelt hij. “Zij geven míj energie. Dan voel ik dat ik nog nodig ben.Ik wil niet gewoon verschijnen en weer verdwijnen. Ik wil tijd maken voor mensen. Ik geef hen mijn ziel.”
